Geschiedenis van ENICAR S.A.

1913 - 1988

 

Introductie

 

In het midden van de 16de eeuw groeide Genève (Zwitserland) uit tot het centrum van de horloge-industrie. In 1601 werd in Genève ‘s werelds eerste horlogemakersgilde opgericht. De zaken liepen goed en horlogemakers waren gevraagd. Het Jura-gebergte, ten noorden van Genève, was een lage-lonen-gebied, waar vele boeren - als een soort tijdverdrijf - aangeboden werd om uurwerken te assembleren. Dorpen en steden als La Chaux-de-Fonds, Le Locle, Tramelan, Vallee de Joux, Biel, Lamboing, Longeau en Grenchen werden belangrijke centra van de Zwitserse horloge-industrie. Vele ‘manufactures d’horlogerie’ verhuisden van Genève naar dat gebied en nieuwe bedrijven werden in één van de genoemde steden opgericht. Om de lokale bevolking op te leiden, werden snel horlogemakers-opleidingen (école d’horloger) opgericht in steden als Genève en Besancon (1824), La Chaux-de-Fonds (1865), Le Locle (1866), St-Imier (1867), Biel (1872), Soleure (1884) en Sentier (1901). Neuchâtel had al sinds 1738 een dergelijke school.

De Familie Racine, thuis in de Jura, was een bekende familie van ambachtslieden. Sinds vele eeuwen waren zij betrokken bij de kunst en het vakmanschap. In 1708 wordt David Racine (1669-1726?) genoemd als ‘expert maître horloger’, beroemd vanwege zijn mooie uurwerken. Zijn bloeiend bedrijf maakt het hem in 1729 mogelijk een flinke lap grond te kopen in Montagne de Tramelan-Dessus, Zwitserland. In 1725 kreeg zijn broer Pierre (±1665-1728) van het Gerecht van Bazel het recht om de titel ‘ingenieur-architect’ te voeren. Andere leden van de familie Racine waren eveneens actief in de horloge-industrie (zie hier).

Ariste Racine & Emma Blatt

Op 1 oktober 1913 startte Ariste Racine (1889-1958) en zijn vrouw Emma Blatt een ‘Manufacture d’Horlogerie Ariste Racine’ in de Rue de Cret 24 in La Chaux-de-Fonds*.

officieel bericht van het 'registre de commerce', gepubliceerd op 24 januari 1914

 

Aangezien de naam ‘Racine’ reeds in 1870 gedeponeerd was door Jules Racine Sr., stelde Emma voor om een anagram van de familienaam, dus ‘ENICAR’, te gebruiken. Ariste Racine registreerde zijn bedrijf en die merknaam op 6 januari 1914 bij het Handelsregister. ENICAR werd alleen als telegramadres gebruikt. In zijn publicaties gebruikte hij de naam ‘Horlogerie Ariste Racine’ (zie de advertentie van november 1914 hieronder).

 

Ariste en Emma gebruikten de serre van hun woonhuis als werkplaats. Vanwege de beperkte ruimte kon er slechts één technicus werken; twee anderen werkten in hun eigen huis. Eén van de eerste producten was een zakhorloge met de mogelijkheid een kompas of een foto te integreren (zie hieronder). Op 3 februari 1915 liet Ariste Racine 5 modellen registreren. Men produceerde een grote variëteit aan uurwerken van 4 - 17 lignes**.

Verbazend is de bewering in één van zijn advertenties (zie hierboven) dat hij in staat was om 3000 uurwerken per dag te produceren. Het ontwerp was in ieder geval een schot in de roos. Ondanks een wereldoorlog bloeide de handel. Ariste’s uurwerken werden naar Duitsland, Rusland en China geëxporteerd. Vele landden in de zakken van soldaten. Een belangrijke klant was een Japanse handelaar, Tenshodo-san, die al sinds 1889 Zwitserse uurwerken importeerde. Hij was al alleenvertegenwoordiger van Narudan, Tissot en Zenith sinds 1913. Zijn bedrijf - anno 1879 - bestaat nog steeds.


*La Chaux-de-Fonds (ook bekend als ‘watch valley’) is reeds eeuwen een belangrijk horlogemakerscentrum. Vele bedrijven zoals Girard-Perregaux, Rolex, Omega, TAG-Heuer, Breitling, Invicta, Gallet, enz. begonnen hun bestaan hier en zijn er nog steeds gevestigd. Het is ook de geboorteplaats van b.v. Charles-Edouard Jeanneret (1887-1965), beter bekend als Le Corbusier, de beroemde architect. Zijn familie zat ook in de uurwerkindustrie. En natuurlijk Louis-Joseph Chevrolet (1878-1941), die naar Amerika emigreerde en aldaar (met twee anderen) de Chevrolet Motor Car Company oprichtte. In 1915 verkocht hij zijn aandelen aan William Durant, de oprichter van General Motors. Alhoewel Zwitserland in de W.W. I neutraal bleef werd La Chaux-de-Fonds twee maal militair bezet.

**Ligne is een Frans meetsysteem voor uurwerken; 1 Ligne = 1/12de van een Franse Voet = 2,2558 mm.


Longeau Watch Co.

Ariste Racine opende tevens een radiumzetterij, daar radium gebruikt werd op de wijzers en wijzerplaat van vele uurwerken; hierdoor waren ze in het donker leesbaar. Daar de verkoop floreerde, had Ariste meer ruimte nodig. In 1916 huurde hij een deel van het huis van zijn moeder in Longeau (Lengnau). Men noemde dat filiaal ‘Longeau Watch Co’. In 1918 kocht Racine het gehele huis en een stuk grond ernaast en werd Longeau de officiële zetel van het bedrijf. De Racine’s waren ook actief op de (nog steeds) beroemde Plainpalais-markt in Genève. Het filiaal aldaar werd overigens in januari 1931 gesloten.

Oskar Racine, de broer van Ariste, trad in 1918 toe tot het bedrijf. Hij bezat een fabriek van uurwerkassen in Biel, die hij in mei 1930 ophief. Zowel Ariste als Oskar waren briljante handelaren en waren tevens inventief. Wederom groeide men uit moeder’s huis, dus bouwde men een nieuwe fabriek in Longeau. Sinds eind 1919 werd die fabriek operationeel en werd tevens de naam ENICAR op alle producten en reclame-uitingen gebruikt.

In de nieuwe fabriek aan de Solothurnstrasse/Kirchmattweg in Longeau/Lengnau begon men eigen uurwerken (AR) te produceren; tot dan gebruikte men overwegend uurwerken van Adolph Schild (AS)***.


Adolph Schild (1844-1915) opende zijn uurwerkfabriek in 1896. Zijn broer Urs (1829-1888) was de oprichter van de manufacture, die later bekend werd o.d.n. ETERNA. Adolph Schild ontwierp vele uurwerken en werd de belangrijkste toeleverancier van menig Zwitserse horlogemaker. Zijn fabriek overleefde de kwarts-crisis niet en sloot in 1983. ETERNA landde - via vele omwegen - uiteindelijk in The Swatch Group.


ENICAR S.A.

Om mogelijke risico’s te mijden gingen Ariste en Emma Blatt op 11 juni 1924 een huwelijk op voorwaarden aan. Op 11 april 1932 werd de onderneming ENICAR Société Anonyme (vergelijkbaar met een NV) genoemd en kreeg het een startkapitaal van 50.000 Zwitserse Franken. In 1934 trad Ariste Junior, zoon van Ariste Senior en Emma, tot de onderneming toe; per 30 oktober 1939 werd hij algemeen directeur. Zijn zus Paulette Racine en Otto Bratschi (waarschijnlijk haar man) kregen een volmacht.

Op 14 april 1943 werd het ondernemingskapitaal verhoogd tot 150.000 Zw. Fr. door de uitgifte van 20 aandelen van elk 5.000 Zw. Fr. Zowel Ariste Sr. als Emma traden uit de onderneming, terwijl Ariste Jr. zijn functie als algemeen directeur behield. Paulette en Otto behielden tevens hun volmacht. Nadat Ariste Racine Sr. op 13 oktober 1958 overleed, werd Ariste Jr. voorzitter van de raad van bestuur van ENICAR S.A. Broer Oskar vierde in juni 1968 zijn 50-jarige deelneming in de onderneming. Het is niet bekend hoe lang hij bij het bedrijf betrokken is geweest.

ENICAR S.A. heeft - onder andere - de navolgende merknamen laten registreren: ENICAR, Longeau, Etsira, Alprosa, Swisbaby, Swisboy, Teddy, Chrono M, Sykos en Chromocar.

 

Na de Tweede Wereldoorlog

Zwitserland is gedurende de twee wereldoorlogen neutraal gebleven. Dat deed Zwitserland (en andere neutrale landen) overigens geen kwaad. Zoals we allemaal weten: in tegendeel!
In 1914 bedroeg het in Zwitserland ingelegde buitenlandse spaargeld ruim 1,8 miljard Frank; aan het eind van de W.O. II was dat gegroeid tot 6,6 miljard Frank. Als we het jaar 1914 als index 100 nemen, dan zou 1945 uitkomen op een index van 209; dus met een inflatiecorrectie zou het ingelegde spaargeld nog altijd 3,2 miljard Frank bedragen.
ENICAR deed goede zaken met buitenlandse regeringen (lees: legers). Na de W.O. II moest ENICAR zich meer op de consument richten. Ariste Jr. kende de Europese markten goed. In 1953 werd in Oensingen een nieuwe fabriek en laboratorium geopend, alwaar alle uurwerken ‘ultrasonic’ gereinigd werden. Deze moderne reinigingsmethode werd op elke wijzerplaat gegraveerd of gedrukt. ENICAR was ook in staat om de metalen oppervlakten van de uurwerken te epilamiseren (om uitlopen van smeermiddelen te voorkomen).

Moderne productiemethoden werden geïntroduceerd en de verkopen stegen gestaag. In het begin van de 1950-er jaren werden jaarlijks meer dan 70.000 uurwerken gefabriceerd. ENICAR ontwikkelde interessante uurwerken, die duurzaam en betrouwbaar bleken. Op 16 juli 1954 ontving ENICAR voor haar kaliber 1010 het eerste ‘Gangschein’; (certificaat van nauwkeurigheid) van de Neuchâtel voorloper van de COSC (Controle Officiel Suisse des Chronometres = Zwitserse Officiële Inspectie van Chronometers; opgericht in 1973).
Een waterdicht polshorloge met een nieuw ontworpen kast (met bajonetsluiting) werd in 1955 geïntroduceerd als ‘Seapearl’; op de sluitplaat is een open oester gegraveerd, misschien om concurrent Rolex te plagen. ‘Seapearl’ werd al geregistreerd als merknaam op 10 april 1953. In 1956 werd de eerste automatische chronometer (gebaseerd op een Felsa 1560 kaliber) geïntroduceerd. Drie jaar later produceerde ENICAR zelf een automatisch kaliber (1125). Kaliber 1125, 116 en 1127 werden aangeboden als ‘Rubyrotor’ met 33 ‘jewels’ (robijnen). Aangezien die uurwerken nogal broos bleken te zijn, werd er ook een versie met stalen lagers (1145) aangeboden.

ENICAR’s eerste automatische chronometer* polshorloge was de ENICAR Supertest (kaliber 1124, 30 jewels, ook bekend als Supertest 300 kaliber), alhoewel het niet een officiële chronometer was, aangezien het door geen enkel testinstituut ooit getest was. ENICAR testte haar horloges volgens een eigen ontworpen testprocedure - van 3 dagen - zelf, en wel met een maximale tolerantie van 5 seconden. Elk afzonderlijk uurwerk werd geleverd met een testcertificaat.


*In 1925 stelde de Zwitserse Vereniging van Chronometrie dat ‘een chronometer is een uurwerk dat een certificaat van een astronomisch observatorium heeft verkregen’. Daarbij dient aangetekend te worden dat de testen door een observatorium vanwege de duur en diepgang, het lage aantal beschikbaar gekomen chronometers de handel in hoge mate had beperkt.


De meeste uurwerken voor ENICAR chronometers (b.v. Valjoux 23, 72 en 92) werden elders ingekocht. Alarmklokken werden bij Adolphe Schild en Lemania ingekocht. Toen ENICAR in 1959 probeerde zelf een alarmklok te produceren, kostte dat ENICAR een zeer dure rechtszaak vanwege patentinbreuken.


“Precision time in space, on the earth and over the seas”


ENICAR’s slogan in de 1950-er jaren.


Sherpa

ENICAR uurwerken waren graag gezien in Noord-Europa, Rusland, China en de VS (alwaar neef Jules Racine*** ENICAR uurwerken verkocht). Zowel Ariste Sr. als Ariste Jr. hadden een goede neus voor public relations. Zij verzonnen vele stunts en nodigden vele beroemdheden uit om hun uurwerken te promoten.


*** In 1635 emigreerde de eerste Racine (Etienne Racine 1607-1689) naar ‘Nieuw Frankrijk’, tegenwoordig Quebec, Canada. Jules Racine Sr. (in januari 1828 in Zwitserland geboren) emigreerde als horlogemaker rond 1849 naar New York, VS. In 1864 opende zijn neef Lucien Gallet (1834-1879) een Gallet verkoopkantoor in Chicago; een paar jaar later vroeg hij Jules Racine om zijn filiaal in New York te leiden. In 1870 introduceerde Jules Racine Gallet uurwerken onder zijn eigen - gedeponeerde - naam ‘Jules Racine’. In 1877 verkreeg hij de alleenvertegenwoordiging van Gallet uurwerken in de VS; later werd hij bijgestaan door zijn zwager Oscar Hauriott (geboren in 1849). Gallet is een Zwitserse uurwerkmaker sinds het begin van de 15de eeuw (!) met verkoop- (en later) productiefaciliteiten in de VS. Gallet USA nam in 1975 de Racine Company in de VS over.


De geschiedenis van de Gallet Watch Co. vindt u hier.


Op 18 mei 1956 bereikte een Zwitserse expeditie de top van de Lhotse (8516 meter) in de Himalaya. 4 dagen later bereikte men de top van de Mount Everest (8848). Alle expeditieleden droegen ENICAR Seapearl polshorloges. Die bleken net zo betrouwbaar als de Sherpa dragers; hetgeen leidde tot de naam ‘Sherpa’. Die merknaam werd op 6 november 1956 gedeponeerd. Vanaf dat moment werden vele Sherpa-varianten geïntroduceerd. De absolute top was de Sherpa-Graph met een Valjoux 72 uurwerk, dat ook in de Rolex Daytona te vinden is.

In 1957 maakte een replica van het beroemde schip de Mayflower een oversteek vanuit Europa over de Atlantische Oceaan naar de VS. Aan de kiel was een soort kooi bevestigd met daarin een ENICAR polshorloge. Dat horloge overleefde de oversteek en dus was de ‘Ocean Pearl’ geboren. Een variant hierop was de Sherpa Dive, die in 1958 werd geïntroduceerd, een jaar later gevolgd door een verbeterd ontwerp.
Een andere stunt was in januari 1963 georganiseerd: een normaal Sherpa polshorloge werd onder notarieel toezicht aan een ski vastgemaakt. De ski werd 1 week lang gebruikt voor diverse afdalingen; onnodig te zeggen dat het horloge - alhoewel vaak bevroren - deze test prima doorstond.

13 oktober 1958 overleed Ariste Racine Sr. De Zwitserse fotograaf en beeldhouwer Willie Ernst (1900-1980) maakte deze gedenkplaat van Ariste Racine in 1958.

 

De export neem toe; in 1960 opende ENICAR zelfs een verkoopkantoor in Johannesburg, Zuid-Afrika!

In 1961 werd het eerste elektro-mechanische uurwerk geïntroduceerd. Schutters, die in 1964 in Tokyo aan de Olympische Spelen meededen, droegen ENICAR horloges. In 1965 volgde de ‘Star’-collectie. Vele Star-modellen waren de opvolgers van de Sherpa-modellen: Sherpa Dive werd Star Dive enz.

Behalve heren- en dames-polshorloges en (reis-)wekkers maakte ENICAR ook chronometers voor vliegtuigen, boten en auto’s. Beroemde coureurs, zoals Stirling Moss en Jimmy Clark, droegen ENICAR horloges. ENICAR was ook actief als officiële tijdwaarnemer bij diverse auto-, boot- en wielerwedstrijden. In 1968 had ENICAR zelfs samen met de fietsaccessoire-fabrikant Tigra een eigen wielerploeg, die helaas niet erg succesvol was.

Kwartscrisis.

In 1969 veroverden goedkope en fancy horloges met kwartsuurwerken (gevoed door een batterij) uit Japan de horlogewereld. De hierop volgende zg. kwartscrisis veroorzaakte een ware slachting onder de Zwitserse uurwerkindustrie. Vele fabrieken moesten hun poorten sluiten. ENICAR introduceerde in 1970 als één van de eerste Zwitserse fabrikanten kwartshorloges, gebruikmakend van Beta21 uurwerken, die ontwikkeld waren door de CEH (Centre Electronique Horloger)* in Zwitserland. Er werd zelfs een Sherpa Quartz geïntroduceerd.

*CEH is een coöperatief onderzoekslaboratorium dat in 1962 in Neuchâtel werd opgericht. Een industrieel consortium van 16 Zwitserse uurwerkfabrikanten werd in 1968 gevormd om de Beta21 uurwerken (13 jewels, 8 kHz kwarts module) en masse te produceren.

Vele andere Zwitserse uurwerkfabrikanten werden gered door Mr. Swatch, bijnaam van Nicholas Hayek (1928-2010), oprichter van The Swatch Group. Hij presteerde het om vele Zwitserse fabrikanten te mobiliseren, teneinde de concurrentie van goedkope Aziatische producten te lijf te gaan.

Helaas leed ENICAR grote verliezen, hetgeen leidde tot een aankondiging van de surseance van betaling op 13 november 1987. Velen waren verbaasd te vernemen dat ENICAR S.A. op 8 februari 1988 failliet verklaard werd. De voorraad uurwerken (hoofdzakelijk kaliber 160 en automatisch kaliber 1145B) werd opgekocht door Gerd-Rüdiger Lang, die een ‘manufacture’ startte o.d.n. ‘Chronoswiss’.

In het ENICAR-pand aan de Solothurnstrasse in Longeau/Lengnau trok o.a. de Atlantic Watch SA in. Tegenwoordig zijn er enkele bedrijven gevestigd. Het symbool van ENICAR (Mercurius) staat nog steeds op het dak. Enkel de ringen ontbreken.

De merknaam ENICAR werd in 1988 gekocht door een Aziatische investeerder, die tevergeefs probeert met ENICAR polshorloges van beduidend mindere kwaliteit een marktaandeel in Azië te veroveren, door te beweren dat ENICAR al in 1854 werd opgericht door ene Artiste Racine!! Ariste Racine's vader was een bekend architect in Grenchen en 'deed' niets in uurwerken! De huidige eigenaar van de merknaam ENICAR is gevestigd in Hong Kong (met zijn hoofdkantoor als brievenbusfirma op het belastingparadijjs The British Virgin Islands) en heeft de eigenaar van deze website met een rechtszaak gedreigd. Die dreiging werd overigens geuit door een Zwitserse advocate, afkomstig uit het bekende uurwerkmakersgeslacht Tissot! Alhoewel de Zwitserse overheid en de uurwerkindustrie falsificaties willen tegengaan, steunt men - omwille van de verdiensten - toch producenten van uurwerken die "Swiss Made' niet verdienen.

ENICAR uurwerken werden in Nederland geïmporteerd door de Firma Van der Spek in Amsterdam. De uurwerkmaker en juwelier Jan Zengerink in Delden was jarenlang officieel vertegenwoordiger van ENICAR in Nederland.


ENICAR waarschuwde reeds in 1918 voor illegale ENICAR horloges!

Zwitserse ENICAR uurwerken (1913-1988) waren en zijn nog steeds uitstekende polshorloges, die de kwalitatieve vergelijking met horloges als die van Rolex, Omega, IWC en andere kunnen doorstaan. Op de tweedehandsmarkt blijven de prijzen relatief hoog. Vroege AR uurwerken en uurwerken, die voor vliegtuigen werden geproduceerd, zijn zeer zeldzaam geworden. Verzamelaars dienen voorzichtig te zijn, aangezien vele kopieën met de naam ENICAR wereldwijd verkrijgbaar zijn.

============